maandag 6 februari 2012

Club Brugge – Beerschot, 05/02/2012




Bijna 25.000 mensen trotseerden zondagavond extreme vrieskou om in Jan Breydel hun club aan te moedigen. Een paar keer per jaar ben ik er ook graag bij. De grootste club van West-Vlaanderen. Toch wel een mooi stadion. En als groot voetballiefhebber ga je gewoon graag naar voetbal. Want ook al heb je geen herhalingen, close-ups en warme zetels, in het stadion zie je toch net iets meer dan thuis. Dat is geen mening, dat is gewoon een vaststaand feit. En zo was ik zondag één van de gelukkigen die anderhalf uur mocht zitten bibberen. Maar er was ook voldoende op het veld te zien om ons warm te houden, twee zaken in het bijzonder.

Are you watching, Bjorn Vleminckx?
Zo was er Joseph Akpala die uitstekend speelde alleen in de spits bij blauwzwart. Hij was altijd aanspeelbaar, was balvast, woog op de verdediging van de ratten en scoorde tweemaal. En dat voor een spits die vorig jaar ei zo na bij het groot huisvuil gezet werd en waarvoor het nieuwe bestuur heel diep in de buidel tastte om Bjorn Vleminckx naar Olympia te halen.
Zelfs toen Akpala vijf minuten voor tijd een applausvervanging kreeg, vond Daum het niet nodig Vleminckx op het veld te zetten. Hogli werd erop gezet. Een Duitse ingeving om de ‘krappe’ 5-1 voorsprong vast te houden? Geen idee. Nee, Vleminckx en Brugge, het is voorlopig niet het sprookjeshuwelijk dat de transferprijs zou rechtvaardigen. Benieuwd hoe CEO Mannaert dat in zakentermen vertaalt. Aandelen verkopen voor de waarde helemaal weg is?

Nabil wie?
Naast Akpala was de meest opvallende figuur bij Club Brugge ongetwijfeld Maxime Lestienne. Lestienne, die nog 20 jaar moet worden, werd door Club Brugge weggeplukt toen Excelsior Moeskroen failliet ging in 2010. Voor hem een droom om bij zijn favoriete club te gaan spelen. Club, dat de ene Noor na de andere Colombiaan binnenhaalt, heeft misschien wel de oplossing voor het plotse vertrek van Nabil Dirar onder hun neus lopen in de vorm van deze jonge, o zo talentrijke Belg. Gisteren zag je alvast iedereen op het puntje van de stoel gaan als Lestienne de bal kreeg. Na 70 minuten, 2 goals, 1 assist en veel mooie acties die van groot zelfvertrouwen getuigden mocht ie de warmte opzoeken onder luid applaus van de Brugse aanhang. Als Lestienne zo blijft spelen en zich ontwikkelen, is het maar de vraag of je hem nog uit de ploeg kan houden, wie dat gekke Brugse bestuur ook nog aankoopt.

vrijdag 20 januari 2012

De beschermengel van Leo Messi




Ik ga het meteen toegeven: ik ben een FC Barcelona-fan. Al zo lang als ik me kan herinneren. In goede tijden, zoals nu. Maar ook in slechte tijden. Ook al werd de club vertegenwoordigd door 11 Nederlanders, de magie van het blaugrana shirt verdween nooit. Daartegenover staat dus dat Real Madrid nooit op enige sympathie van me heeft kunnen rekenen. De logica zelve. Maar voorheen kon ik hun sportieve prestaties wel appreciëren. Toen Ronaldo da Lima die andere liefde van me, Manchester United, op zijn eentje uit de Champions League knikkerde met een hattrick op Old Trafford, deden we ons hoedje af. Díe goal van Zidane in de Champions League-finale tegen Leverkusen probeerden we jarenlang zelf op het trainingsveld. En Raúl... hoe kan iemand in godsnaam iets tegen Raúl hebben? Op zovele vlakken een rolmodel.

José de tovenaar
Maar sinds Mourinho overgenomen heeft op Bernabeu is er toch iets veranderd. Zowat elke voetballer die een beetje talent vertoont, proberen ze in te lijven. Özil, Di Maria, Benzema, Cristiano Ronaldo, Kaka, Sahin, Canales, Pedro Leon, Coentrao, Varane, … Genoeg om de Belgische begroting te dichten. En wonder boven wonder, het lijkt nog resultaten op te leveren ook. Het genie van Mourinho kent waarlijk zijn gelijke niet. In de Spaanse competitie wordt zowat elke tegenstander met een pandoering om de oren wandelen gestuurd. Real telt halverwege de competitie vijf punten voorsprong op de Catalaanse aartsvijand. En toch... De Supercopa verloren tegen Barça, in de competitie hun thuismatch verloren tegen Barça, nu ook de heenmatch in de Copa del Rey in eigen huis verloren tegen Barça... Frustraties zijn begrijpelijk. Maar waarom toont Real zich telkens van zijn allerslechtste kant in die wedstrijden? Waarom draait elke Clásico de laatste jaren uit op een festival van zware overtredingen en rode kaarten? Begrijp me niet verkeerd, ik ben de eerste om toe te geven dat ook Barcelona hierin meespeelt. Qua theater kennen jongens als Busquets en Dani Alves, hoe begenadigd ze ook zijn als voetballer, hun gelijke niet.

Pepe
Maar – laten we een kat een kat noemen – de meest opvallende figuur in zowat elke Clásico is Pepe, een Portugese verdediger die tegen Barça telkens uitgespeeld wordt in het middenveld door Mourinho. Niet omwille van zijn grote voetbaltalent, want er lopen bij de U12 van de Koninklijke jongens met meer technische bagage dan Pepe. Wel omwille van zijn ronduit vuile, agressieve spel in een wanhopige poging het Messi en Xavi zo moeilijk mogelijk te maken het spel te sturen. Resultaat: Real eindigt zowat elke Clásico met een man minder, waarop Mourinho telkens gans Madrid wil wijsmaken dat het de schuld van de man met het fluitje is. En het straffe is: hij lijkt daar nog in te slagen ook. Het grote Real Madrid stelt zich op als een klein provincieclubje telkens het tegen Barcelona uitkomt. We hakken erop los en als we bestraft worden, is het omdat de scheids tegen ons is. De schaamte en de trots van een club met de meeste Europacup I-overwinningen ver voorbij.

Messi
De knieën, enkels, zelfs vingers van Messi kregen het gisteren weer hard te verduren. Het mag een wonder heten dat de kleine Argentijn überhaupt in staat is 50 wedstrijden per jaar blessurevrij te spelen. Misschien zit hierboven toch ergens iemand die zich ontfermt over Leo. Iemand die het goede beschermt tegen het kwade. Want wat het zo mooi maakt, is dat Messi, na een voor zijn standaard erg middelmatige match, dan wel nog voor zichzelf de ruimte creëert, het overzicht en de technische kwaliteit heeft om de bal prachtig over de gehele Madrileense defensie te leggen en zo Abidal de 1-2 voor te schotelen. Als er een kerk was voor de beschermengel van de Gouden Bal, ik ging er een grote kaars branden.

zaterdag 7 januari 2012

Demba Ba, speler van de maand in de Premier League



Om de x aantal jaar passeert er op de Belgische velden eens zo’n speler waarvan je al na één minuut weet “deze jongen gaat het ver brengen”. In Moeskroen hadden we er ook zo eentje. Neen, niet Mbo of Emile Mpenza, niet Pieroni, niet Jestrovic, niet Lemoine, niet Blondel. Begrijp me niet verkeerd, allen erg getalenteerde spelers die zeker de top in België konden of kunnen spelen. Maar in een grote Europese competitie meedraaien, laat staan uitblinken? Neen, dat zat er nooit in.

Moeskroen
Demba Ba, dat was er wel zo eentje. Ba kwam in 2006 bij Moeskroen toe als een voor de gewone man volstrekt onbekende speler. Toch heerste er een spanning onder de supporters bij de eerste thuismatch van het seizoen omdat we hadden gelezen over zijn exploten in wat oefenmatchen. Ba ontgoochelde niet. In de eerste drie wedstrijden wist hij telkens de weg naar doel te vinden en stonden we mee aan de leiding. Moeskroen had een parel te pakken, een waanzinnig fonkelende parel. De supporters droomden al van een wonderseizoen. Helaas sloeg het noodlot toe in de thuismatch tegen Roeselare. Beenbreuk en aan de kant voor de rest van het seizoen. Ba vocht terug en kwam zes speeldagen voor het einde van de competitie terug. In alle zes wist hij te scoren. Wat als…

Hoffenheim
In augustus 2007 werd hij voor een recordbedrag, voor Moeskroen althans, verkocht aan de Duitse tweedeklasser TSG 1899 Hoffenheim. De club dwong promotie af naar de Bundesliga en kende een fenomenaal eerste seizoen waarin ze lang op kop stonden. Ba miste slechts één wedstrijd en was samen met ploegmaats Obasi en Ibisevic de revelatie van het seizoen in Duitsland. Ba verhuisde in januari 2011 naar Engeland. Door problemen met zijn medische tests bij Stoke City tekende hij uitendelijk bij West Ham. In amper 12 wedstrijden scoorde hij 7 keer en werd zo nog clubtopschutter van het seizoen. Toch wist West Ham de degradatie niet af te weren.

Newcastle
Ba mocht dankzij een clausule gratis vertrekken bij de Hammers en ging naar Newcastle. In St. James’ Park is hij dit seizoen helemaal ontbolsterd en wordt er zelfs overwogen hem het shirt met het nummer 9 te geven dat sinds Alan Shearer door niemand meer werd gedragen bij de Magpies. Ba zit al aan 15 competitiedoelpunten en moet enkel Robin Van Persie laten voorgaan in de topschutterstand. Newcastle overtreft ook als club alle verwachtingen en staat met Nieuwjaar zevende, in het spoor van Liverpool, Arsenal, Chelsea, Tottenham en de clubs uit Manchester. Gisteren werd hij dan ook terecht verkozen als beste speler van de maand december. De enige speler met een Belgisch verleden die hem dat voordeed, was Peter Odemwingie. Al hebben we er zelf veel te weinig van mogen genieten door zijn blessure, wij in Moeskroen zijn trots op Demba Ba.

zondag 1 januari 2012

Albums van het jaar 2011

Dit zijn de beste albums die vorig jaar zijn uitgekomen.

1.Ryan Adams Ashes & Fire
2 Fleet Foxes Helplessness Blues
3 PJ Harvey Let England Shake
4 EMA Past Life Martyred Saints
5 R.E.M. Collapse Into Now
6 Bright Eyes The People's Key
7 Nicolas Jaar Space Is Only Noise
8 Amatorski TBC
9 School Is Cool Entropology
10 Bon Iver Bon Iver
11 Girls Father, Son, Holy Ghost
12 M83 Hurry Up, We're Dreaming
13 The Go! Team Rolling Blackouts
14 The Twilight Singers Dynamite Steps
15 Explosions in the Sky Take Care, Take Care, Take Care
16 Intergalactic Lovers Greetings & Salutations
17 Arctic Monkeys Suck It And Sea
18 Selah Sue Selah Sue
19 Wilco The Whole Love
20 Iron & Wine Kiss Each Other Clean
21 And You Will Know Us By The Trail Of Dead Tao Of The Dead
22 The Decemberists The King Is Dead
23 The Mountain Goats All Eternal Deck
24 My Morning Jacket Circuital
25 Death Cab For Cutie Codes & Keys
26 The Field Looping State Of Mind
27 Smith Westerns Dye It Blonde
28 dEUS Keep You Close
29 Earth Angels of Darkness, Demons of Light 1
30 The Kills Blood Pressures

En daarmee basta!

woensdag 12 oktober 2011

De gepamperde duivels

Een goede EK-campagne, fantastisch dat we tot de laatste wedstrijd meestreden, Duitsers gedomineerd in aanvangsfase, trots op de Rode Duivels, de groep is geweldig gegroeid, ... LARIE EN APEKOOL! De waarheid is dat we een unieke kans hebben laten liggen om ons te kwalificeren voor de barrages en dat dit voltallig elftal geen stap verder staat. Meer zelfs, we hebben de tweede plaats op een schoteltje in cadeauverpakking met een mooi rood strikje er rond aan onze Turkse vrienden gegeven. Het is dan ook schrijnend dat de pers en publieke opinie volledig verblind lijkt door het optimistische discours van onze bondscoach.

Eerst en vooral is het absoluut geen wereldschokkende prestatie dat we zowaar tot de laatste wedstrijd nog kans maakten. Die laatste wedstrijd was in en tegen Duitsland, momenteel misschien wel het enige land dat Spanje zou aankunnen. Daar moet je dus rekening mee houden en zorgen dat je de zaakjes daarvoor al geregeld hebt. In de rechtstreekse duels met Turkije heeft deze ploeg het volledig laten afweten. Maar zelfs zonder die punten heeft Turkije ons meer dan genoeg kansen geboden om met ruime voorsprong tweede te eindigen. Want laten we onszelf vooral geen blaasjes wijsmaken: dit Turkije was een zwak elftal dat in hun eigen beslissende wedstrijd, thuis, amper kon afstand nemen van voetbaldwerg Azerbeidzjan. Maar neen, tegen Oostenrijk en in Azerbeidzjan laten we ontzettend amateuristisch vier punten schieten. Tel ze erbij en we waren al lang uit zicht. Dan waren extra punten tegen Duitsland en Turkije niet eens nodig.

Bij wie ligt dan de schuld? De spelers? De trainer? Een beetje van beide lijkt me. Het publiek alleszins niet. Dat lijkt zich voor het eerst in bijna een decennium opnieuw volledig achter de ploeg te scharen. Nee, laten we beginnen bij de spelers. Ze zijn nog zo jong, meneer. Wablief? Die Duitse ploeg was jonger dan ons en heeft er al een halve finale WK opzitten. Veel van onze spelers hebben al een sleutelrol gespeeld in het succes van hun teams. Hazard bij Lille, Kompany bij Manchester City, Dembele bij AZ, Vertonghen en Alderweireld bij Ajax, Witsel, Fellaini en Defour bij Standard. Allen zijn al op het punt geweest waar ze die drempel tussen meedoen voor de prijzen en ze effectief ook winnen zijn voorbij gegaan. Gebrek aan ervaring is het flauwste argument dat je kan aanvoeren. De enige die dat gisterenavond mocht zeggen, was Simon Mignolet. Maar net hij was veruit onze beste man op het veld en hield ons van een complete afstraffing. Het wordt dringend tijd dat we wat meer gaan verwachten van onze jongens. Bij hun respectievelijke clubs is aanmodderen niet goed genoeg, daar moeten resultaten volgen en is een goede aanvangsfase alleen niet goed genoeg. Dus waarom bij bij de nationale ploeg wel? Ze brachten nooit hun niveau, ze waren niet goed genoeg en mogen dringend wel eens voor de Rode Duivels laten zien waarom heel de wereld jaloers kijkt naar onze veelbelovende lichting.

De trainer? Ik heb van dichtbij mogen meemaken hoe Leekens topwerk geleverd heeft bij kleinere clubs en hen ver boven hun normale niveau laat uitstijgen. Maar bij topclubs? Het cv van Georges Leekens vertoont een opvallend gebrek eraan. Telkens hij te maken had met grote karakters, faalde hij. Voorbeelden legio. Laat Leekens bondscoach worden van Wales en hij zal ze misschien ook tot de laatste speeldag laten meedoen. Een standbeeld in Cardiff van Mac the Knife. Maar wij mogen de pretentie en arrogantie hebben dat dat niet goed genoeg is. Hoe hij de Hazard-soap volop in de pers uitsmeerde, getuigde van bitterweinig respect. Vraag eens aan Sir Alex Ferguson en José Mourinho of Cristiano Ronaldo en Wayne Rooney zo’n gemakkelijke jongens zijn. Beide gaan ook wel eens boos van het veld bij een vervanging. Maar hun coaches lossen dat weg van alle pers op. Leekens niet. Hij bespeelt de pers als een beroepsmanipulator. En dat kunnen we missen als kiespijn.

Nee, dit moet, kan en zal beter zijn. Omdat die spelers hopelijk ook wel beseffen en horen van de makkers bij hun topclubs dat een WK een unieke belevenis is. En omdat onze kwalificatiegroep voor dat WK nu ook niet zo onoverkomelijk is. Geen enkele van onze tegenstanders is erin geslaagd zich rechtstreeks te plaatsen voor het EK. Servië, Macedonië, Schotland en Wales blijven thuis. Enkel Kroatië mag aan de barrages deelnemen. Voor de pessimisten: het nadeel daaraan is dat al die landen dus iets recht te zetten hebben. Maar als we dan toch even het eeuwige “mathematisch kan het nog” optimisme van Leekens mogen overnemen: wij moeten dus in principe voor geen enkel land onderdoen en weten dat we veel en veel beter kunnen. Groepswinst en rechtstreekse kwalificatie zal ons deel zijn. Steven Martens mag alvast op verkenning naar Brazilië.

maandag 13 juni 2011

AFC Wimbledon: oost west, thuis best!

Wimbledon is een naam die bijna uitsluitend met tennis geassocieerd wordt. Toch heeft het verhaal van locale voetbalclub AFC Wimbledon in zich alle elementen waarom mensen zo van sport houden: tegenslagen en heropstandingen, doorzetting, initiatief, de fans tegen het grote geld en uiteindelijk, het delirium.

Na de Tweede Wereldoorlog kende de bevolking van Londen een enorme boom. Wegens de onvermijdelijke problemen die die bevolkingsgroei met zich meebracht bedacht de regering in 1965 de bouw van een nieuwe stad een 70-tal kilometer ten noordwesten van Londen centrum. Milton Keynes telt op de dag van vandaag een slordige 200.000 inwoners.

Maar een stad in Engeland is natuurlijk pas een echt bloeiende stad als daar ook, minstens één, bloeiende voetbalclub huist. Milton Keynes had dat niet en dus ging men dat, net als de inwoners zelf, elders halen. Er werden vanaf begin jaren zeventig pogingen gedaan om de voetbalclubs van enkele van de talrijke Londense clubs (Charlton Athletic, Wimbledon FC, Crystal Palace) en het naburige Luton Town naar Milton Keynes te trekken. Maar dat mislukte telkens na hevig protest van de locale supporters die zo’n relocatie allerminst goedkeurden.

Toch werd de optie Wimbledon FC nooit helemaal van tafel geveegd. De “Dons” mochten dan wel sportief gezien een sprookjesachtige groei meemaken die hen vanuit het amateurniveau naar de Premier League bracht en hen zelfs in 1988 de FA-cup opleverde tegen het toen machtige Liverpool FC. De club kon die groei financieel niet ondersteunen. Doordat hun eigen stadion, Plough Lane, te klein werd, kregen ze onderdak in het Selhurst Park van Londense buren Crystal Palace. Maar ook dat was onleefbaar en in 2002 ging het bestuur uiteindelijk toch in op het voorstel van Milton Keynes en grote man achter het project, Pete Winkelmann. [Klein tussendoortje: er werd zelfs even gespeeld met het idee naar Dublin te verhuizen.] Na een stevig juridisch getouwtrek werd de verhuis in mei 2002 bekrachtigd door de Engelse FA. De nieuwe club zou de Milton Keynes Dons gaan heten, een verwijzing naar de afkomst van de club.



En precies daar begint het tweede Wimbledon sprookje. De oude supporters van FC Wimbledon waren natuurlijk ziedend. De Engelsen, van nature al mensen die traditie en historie hoog in het vaandel dragen, zagen de ziel van hun club weggeplukt en neergeplant in een club en stad zonder de minste geschiedenis 100 kilometer van hun eigen Plough Lane. Een nieuwe club werd opgericht door de fans, AFC Wimbledon. Na een verhaal van groeipijnen, van afgetrokken punten door amateuristische, administratieve nalatigheden, van een steeds groeiende aanhang, van een Engels record van 78 wedstrijden zonder nederlaag en van vijf promoties in acht jaar staan de enige echte Dons, opgericht en gerund door eigen supporters, nu aan de poorten van het grote-mensen-voetbal, de Engelse League Two (wat overeenstemt met de Belgische vierde klasse). De winnende penalty in de play-off tegen Luton werd als volgt beleefd door de uitzinnige AFC fans. “We’re in the league, we’re in the league, we’re in the ****ing league!!”

donderdag 2 juni 2011

PAUL SCHOLES : THE GINGER PRINCE

Beste Paul Scholes,

Eerlijk is eerlijk, het besef dat ik je nooit meer zal kunnen bewonderen op een voetbalveld doet meer pijn dan ik had gedacht. We wisten allemaal dat je het gevecht tegen de tijd nooit kon winnen en jou kennende wisten we ook dat je nooit tevreden zou zijn als tweede keus in de plannen van Sir Alex Ferguson. Dus dat de Champions League finale tegen Barcelona je laatste wedstrijd zou zijn, hadden we ergens wel zien aankomen. Je aankondiging kwam er op een wijze die je zo typeert en zo siert. Kort en bondig. Zowat meteen na die finale. Geen langgerekte zomer van welles nietes. En terwijl je met lof overladen werd door de internationale pers en door collega-topvoetballers, was jij op uitstap met je familie. Ver verwijderd van alle microfoons en camera’s.


DIFFERENT CLASS


Toegegeven Paul, gedurende je eerste jaren bij United was je niet mijn favoriete speler, dat was je Noorse teammaat Ole Gunnar Solskjaer. Jij daarentegen vormde samen met David Beckham, Roy Keane en Ryan Giggs het beste middenveld dat ik ooit heb gezien. Een poster van jullie vier sierde mijn slaapkamer. Jullie hadden alles: werkkracht, passie, inzet, inzicht, loopvermogen, scorend vermogen en boven alles een grote liefde voor de club Manchester United waar je gedurende gans je carrière 150 goals zou maken in 675 wedstrijden. “He scores goals, Paul Scholes” zal nog decennialang weerklinken in de Stretford End, dat kan ik je wel garanderen.



Maar wat ik het allermeest aan je bewonder, is hoe je je spelstijl hebt aangepast aan je leeftijd. Toen je niet meer met dezelfde frequentie die loopacties in de zestien kon maken, veranderde je van een weergaloze aanvallende middenvelder in een iets lager opererende spelverdeler. En hoe! Ik denk dat je zowat elk seizoen het hoogst percentage geslaagde passes had in de Premier League, zelfs dit laatste seizoen nog. Je domineerde wedstrijden zoals bitterweinig middenvelders je ooit hebben voorgedaan. Divide et impera. Het was schrijnend dat de Engelse nationale ploeg je op links deed spelen om toch maar Lampard en Gerrard samen te kunnen zetten. Je gaf er de brui aan in 2004 en won met jouw United nog 4 titels en de Champions League terwijl de Three Lions zich op elk groot tornooi belachelijk maakten. Hadden ze maar…

YOU WANT TO LIVE LIKE COMMON PEOPLE

En nu word je dus trainer bij de jeugd van Manchester United. Geen ambassadeur, geen mediafiguur, gewoon kinderen leren voetballen. Wat benijd ik de jonge spelertjes die van jou zullen leren passen. Maar voor jou verandert er allicht niks. ’s Morgens de kinderen afzetten op school, naar de club gaan, boodschappen doen, praatje maken met de slager, de kinderen terug oppikken en met je gezin de avond doorbrengen. Ik moet denken aan dat interview toen die journalist voor de derde keer vroeg of je echt nooit de verleiding had gevoeld om voor een ander avontuur te kiezen, een andere club, het buitenland, meer geld. “Carrington (het oefencomplex van United) is op een half uurtje van mijn thuis. En met Manchester United winnen we elke week, of toch bijna elke week. Waarom zou ik in godsnaam willen weggaan?” Ik wou dat er meer Paul Scholesen waren. Ferguson verklaarde ooit dat jij zowat de enige bent voor wie nooit een club zich heeft gemeld. Het zou toch verloren moeite geweest zijn.

Ik weet dat je niet van complimenten houdt, maar ik geef je tot slot nog een lijstje mee met voetballers die elk op hun manier verklaard hebben dat jij de beste middenvelder bent van de laatste 20 jaar. Xavi Hernandez, Lionel Messi, Cesc Fabregas, Cristiano Ronaldo, Zinedine Zidane, Marcello Lippi, Ryan Giggs, Roy Keane, Jose Mourinho, Thierry Henry, George Best, Bobby Charlton, David Beckham, Alan Shearer, Michael Owen, Sir Alex Ferguson, Pep Guardiola, Edgar Davids, Patrick Vieira, Luis Figo, Ronaldinho, Juan Sebastian Veron, Andriy Shevchenko, Diego Maradona, Pele. De voetbalwereld beseft nog niet half wat ze verliest. Ik helaas wel. Het ga je goed, Paul.