maandag 13 juni 2011

AFC Wimbledon: oost west, thuis best!

Wimbledon is een naam die bijna uitsluitend met tennis geassocieerd wordt. Toch heeft het verhaal van locale voetbalclub AFC Wimbledon in zich alle elementen waarom mensen zo van sport houden: tegenslagen en heropstandingen, doorzetting, initiatief, de fans tegen het grote geld en uiteindelijk, het delirium.

Na de Tweede Wereldoorlog kende de bevolking van Londen een enorme boom. Wegens de onvermijdelijke problemen die die bevolkingsgroei met zich meebracht bedacht de regering in 1965 de bouw van een nieuwe stad een 70-tal kilometer ten noordwesten van Londen centrum. Milton Keynes telt op de dag van vandaag een slordige 200.000 inwoners.

Maar een stad in Engeland is natuurlijk pas een echt bloeiende stad als daar ook, minstens één, bloeiende voetbalclub huist. Milton Keynes had dat niet en dus ging men dat, net als de inwoners zelf, elders halen. Er werden vanaf begin jaren zeventig pogingen gedaan om de voetbalclubs van enkele van de talrijke Londense clubs (Charlton Athletic, Wimbledon FC, Crystal Palace) en het naburige Luton Town naar Milton Keynes te trekken. Maar dat mislukte telkens na hevig protest van de locale supporters die zo’n relocatie allerminst goedkeurden.

Toch werd de optie Wimbledon FC nooit helemaal van tafel geveegd. De “Dons” mochten dan wel sportief gezien een sprookjesachtige groei meemaken die hen vanuit het amateurniveau naar de Premier League bracht en hen zelfs in 1988 de FA-cup opleverde tegen het toen machtige Liverpool FC. De club kon die groei financieel niet ondersteunen. Doordat hun eigen stadion, Plough Lane, te klein werd, kregen ze onderdak in het Selhurst Park van Londense buren Crystal Palace. Maar ook dat was onleefbaar en in 2002 ging het bestuur uiteindelijk toch in op het voorstel van Milton Keynes en grote man achter het project, Pete Winkelmann. [Klein tussendoortje: er werd zelfs even gespeeld met het idee naar Dublin te verhuizen.] Na een stevig juridisch getouwtrek werd de verhuis in mei 2002 bekrachtigd door de Engelse FA. De nieuwe club zou de Milton Keynes Dons gaan heten, een verwijzing naar de afkomst van de club.



En precies daar begint het tweede Wimbledon sprookje. De oude supporters van FC Wimbledon waren natuurlijk ziedend. De Engelsen, van nature al mensen die traditie en historie hoog in het vaandel dragen, zagen de ziel van hun club weggeplukt en neergeplant in een club en stad zonder de minste geschiedenis 100 kilometer van hun eigen Plough Lane. Een nieuwe club werd opgericht door de fans, AFC Wimbledon. Na een verhaal van groeipijnen, van afgetrokken punten door amateuristische, administratieve nalatigheden, van een steeds groeiende aanhang, van een Engels record van 78 wedstrijden zonder nederlaag en van vijf promoties in acht jaar staan de enige echte Dons, opgericht en gerund door eigen supporters, nu aan de poorten van het grote-mensen-voetbal, de Engelse League Two (wat overeenstemt met de Belgische vierde klasse). De winnende penalty in de play-off tegen Luton werd als volgt beleefd door de uitzinnige AFC fans. “We’re in the league, we’re in the league, we’re in the ****ing league!!”

donderdag 2 juni 2011

PAUL SCHOLES : THE GINGER PRINCE

Beste Paul Scholes,

Eerlijk is eerlijk, het besef dat ik je nooit meer zal kunnen bewonderen op een voetbalveld doet meer pijn dan ik had gedacht. We wisten allemaal dat je het gevecht tegen de tijd nooit kon winnen en jou kennende wisten we ook dat je nooit tevreden zou zijn als tweede keus in de plannen van Sir Alex Ferguson. Dus dat de Champions League finale tegen Barcelona je laatste wedstrijd zou zijn, hadden we ergens wel zien aankomen. Je aankondiging kwam er op een wijze die je zo typeert en zo siert. Kort en bondig. Zowat meteen na die finale. Geen langgerekte zomer van welles nietes. En terwijl je met lof overladen werd door de internationale pers en door collega-topvoetballers, was jij op uitstap met je familie. Ver verwijderd van alle microfoons en camera’s.


DIFFERENT CLASS


Toegegeven Paul, gedurende je eerste jaren bij United was je niet mijn favoriete speler, dat was je Noorse teammaat Ole Gunnar Solskjaer. Jij daarentegen vormde samen met David Beckham, Roy Keane en Ryan Giggs het beste middenveld dat ik ooit heb gezien. Een poster van jullie vier sierde mijn slaapkamer. Jullie hadden alles: werkkracht, passie, inzet, inzicht, loopvermogen, scorend vermogen en boven alles een grote liefde voor de club Manchester United waar je gedurende gans je carrière 150 goals zou maken in 675 wedstrijden. “He scores goals, Paul Scholes” zal nog decennialang weerklinken in de Stretford End, dat kan ik je wel garanderen.



Maar wat ik het allermeest aan je bewonder, is hoe je je spelstijl hebt aangepast aan je leeftijd. Toen je niet meer met dezelfde frequentie die loopacties in de zestien kon maken, veranderde je van een weergaloze aanvallende middenvelder in een iets lager opererende spelverdeler. En hoe! Ik denk dat je zowat elk seizoen het hoogst percentage geslaagde passes had in de Premier League, zelfs dit laatste seizoen nog. Je domineerde wedstrijden zoals bitterweinig middenvelders je ooit hebben voorgedaan. Divide et impera. Het was schrijnend dat de Engelse nationale ploeg je op links deed spelen om toch maar Lampard en Gerrard samen te kunnen zetten. Je gaf er de brui aan in 2004 en won met jouw United nog 4 titels en de Champions League terwijl de Three Lions zich op elk groot tornooi belachelijk maakten. Hadden ze maar…

YOU WANT TO LIVE LIKE COMMON PEOPLE

En nu word je dus trainer bij de jeugd van Manchester United. Geen ambassadeur, geen mediafiguur, gewoon kinderen leren voetballen. Wat benijd ik de jonge spelertjes die van jou zullen leren passen. Maar voor jou verandert er allicht niks. ’s Morgens de kinderen afzetten op school, naar de club gaan, boodschappen doen, praatje maken met de slager, de kinderen terug oppikken en met je gezin de avond doorbrengen. Ik moet denken aan dat interview toen die journalist voor de derde keer vroeg of je echt nooit de verleiding had gevoeld om voor een ander avontuur te kiezen, een andere club, het buitenland, meer geld. “Carrington (het oefencomplex van United) is op een half uurtje van mijn thuis. En met Manchester United winnen we elke week, of toch bijna elke week. Waarom zou ik in godsnaam willen weggaan?” Ik wou dat er meer Paul Scholesen waren. Ferguson verklaarde ooit dat jij zowat de enige bent voor wie nooit een club zich heeft gemeld. Het zou toch verloren moeite geweest zijn.

Ik weet dat je niet van complimenten houdt, maar ik geef je tot slot nog een lijstje mee met voetballers die elk op hun manier verklaard hebben dat jij de beste middenvelder bent van de laatste 20 jaar. Xavi Hernandez, Lionel Messi, Cesc Fabregas, Cristiano Ronaldo, Zinedine Zidane, Marcello Lippi, Ryan Giggs, Roy Keane, Jose Mourinho, Thierry Henry, George Best, Bobby Charlton, David Beckham, Alan Shearer, Michael Owen, Sir Alex Ferguson, Pep Guardiola, Edgar Davids, Patrick Vieira, Luis Figo, Ronaldinho, Juan Sebastian Veron, Andriy Shevchenko, Diego Maradona, Pele. De voetbalwereld beseft nog niet half wat ze verliest. Ik helaas wel. Het ga je goed, Paul.

zondag 14 juni 2009

My Morning Jacket - Dondante



In a dream, I saw you walking
Like a kid, alive and talking
That was you.

In the classroom you were teaching,
on the streets you were policing,
That was you.

To the one I now know most
I will tell them of your ghost
Like a thing that never, ever was.

And all that ever mattered will some day turn back to batter like a joke.
Behind thin walls you hid your feelings
takes four legs to make a ceiling like a thing.

In a dream I saw you walking,
with your friends alive and talking.
That was you.

Well I saw it in your movement,
and even though you never knew it.
Well, I knew.

Just how sweet it could be, if you'd never left these streets.

You had me worried, so worried, that this would last.
But now I'm learning, learning that this will pass.

donderdag 4 juni 2009

De dag des Heren 29 Februari



Wat een saaie taal is het Nederlands eigenlijk. Neem nu het astrologische fenomeen dat we eens om de 4 jaar een 29ste februari hebben. De aarde doet eigenlijk iets langer dan 365 dagen om een baantje rond de zon te draaien en eens om de 4 jaar lossen we dat op door een extra dagje in te passen. Daarmee klopt het eigenlijk nog niet helemaal, maar dat zijn dan maar details meer. In ieder geval, in het Nederlands heten we dat een schrikkeljaar, schrikkeldag, schrikkelmaand, je snapt het wel. Schrikkelen is een woord dat we nog wel gebruiken in ons dierbare West-Vlaams in de betekenis van overslaan. Jammer, want eigenlijk slaan we niks over, we voegen in. Het is in de jaren dat we geen 29ste februari hebben dat we een paar uur overslaan. En dan nog, eigenlijk slaan we ze niet over, we hebben ze gewoon tekort.

Andere talen zijn daar iets creatiever in. Engels – van nature nu niet echt dé creatiefste, literairste taal – heeft het over een leap year, een beetje zoals ons dus. Weinig interessant. Om het wel interessant te maken, moeten we het in het iets historischer Engels gaan zoeken. Het ganse schrikkelfenomeen heet dan intercalation noemen en de 29ste februari is “intercalary day”, wat komt van het Latijnse “inter” en “calare” ergens iets tussen gaan opeisen. In die tijd werd het op voorhand aangekondigd dat die dag ertussen zou geschoven worden. Vandaar dat die dag dus in zekere zin opgeëist moest worden.

Veel leuker is het oud-Engelse “bissextile”, oud en al lang buiten gebruik, maar kijk eens wat zuidelijker. In het Italiaans spreekt men ook van “un anno bisestile”, in het Spaans “un día bisiesto”, ook het Portugees en het Frans hebben termen hiervan afgeleid. Deze uitdrukking heeft een zeer interessante etymologie. Het is namelijk zo dat Romeinen niet zomaar aan het eind van februari dat dagje toevoegden. Nee, ze voegden een dag toe 6 dagen voor het einde van de maand, de 24ste februari volgens onze kalender. Dus “bi” “sexto”, een herhaling (een tweede) zesde dag voor het einde van de maand. Leuk toch om eens aan de kinderen te vertellen op die bewuste dag?

Duitsers, rare wezens als ze zijn, halen hun oorsprong niet bij de Romeinen, maar bij de Grieken. Entschaltung komt van het Griekse “ἐμβάλλειν”, vrij vertaald inschakelen, invoegen, tussenpassen. Anders, minder poëtisch dan de Zuid-Europese landen, maar logisch. Veel logischer dan het schrikkelen waarmee wij het moeten zien te rooien. Jammer.

woensdag 18 maart 2009

Excelsior Mouscron Nostalgie

Naar aanleiding van de financiële problemen en het maar net afgewimpelde failliet van ons clubje, nam ik eens een nostalgische duik in de geschiedenis van toen ik net begon te supporteren tot nu. Het Excel-avontuur van al bijna twee decennia leverde al heel wat memorabele momenten op. Ziehier een top-tien:

1. 13/05/2006 : Bekerfinale tegen Zulte. Ondanks de uitslag was dat toch een onwaarschijnlijk memorabele dag met vooral onwaarschijnlijk veel leute & drank. Nooit gedacht dat we als klein stadje zoveel volk gingen meekrijgen naar de Heizel. We kregen zelf een volledige bus. Unieke dag. Van 's morgens al zitten aperitieven. Ons schilderen en haar kleuren. Toeters gaan halen. De bus vol drank steken. Zowat zat zijn bij aankomst aan de Heizel. Dat pleintje onder 't atomium volledig rood-wit. Supersfeer. Achteraf nog een lange after-party en een diep, zwart gat ergens rond 4u. Nog steeds een fantastische herinnering.

2. 09/06/1996 : Promotie naar eerste. Op de slotspeeldag van de eindronde in tweede moesten we winnen op Kortrijk om over te gaan. Voordien waren we al eens zo dicht geweest, maar toen werd het ons in de laatste minuut afgepakt. Dit keer mocht het niet mislukken. Met een grote stoet gingen we te voet naar Kortrijk. Aan café La Liesse (grootste supporterscafé in Moeskroen) was de straat afgezet en buiten een toog gezet. Mbo Mpenza scoort de 1-0 voor Kortrijk terwijl ie al had getekend voor Moeskroen. Moeskroen won 1-2 waarna 't stad compleet losbarstte. Op 50m van onze voordeur hing zo'n gigantisch plakkaat. "D1, nous voilà." Ik zie het nog zo voor me hangen.

3. 26/08/1997 : Moeskroen - Limassol. Na een onwaarschijnlijk succesvol debuutjaar in eerste mochten we Europa in. De terugmatch van onze eerste ronde speelden we tegen het Cypriotische Limassol. Ik speelde toen bij de miniemen van Moeskroen en wij mochten de ballenrapers voorzien. Ik was bij de gelukkigen. De match werd gespeeld op Villeneuve d'Asq, het stadion van Rijsel. Ik was doodsbang bij elke bal die in mijn richting kwam en ik stond net aan de cornervlag, wat betekende dat ik nogal wat werk had. Moeskroen won 3-0 en stootte door. Geweldig!

4. 16/08/1996 : Laurent Dauwe scoort op Le Canonnier de 1-0 in onze eerste match tegen Anderlecht in eerste klasse. Het stadion ontploft. Dauwe loopt de ganse zijlijn af tot langs de kop (toen nog aan de zijkant) en doet een geweldige duik op zijn buik. Ik zie het hem nog zo doen. De Bilde maakte nog 1-1, maar dat deerde de pret absoluut niet. Dit was de 3e match van 't seizoen. We hadden 6 op 6 gehaald, maar waren nog steeds bang dat dat maar beginnersgeluk in eerste was. Anderlecht had de week voordien thuis Lommel met 6-0 afgedroogd. Na die 1-1 wisten we dat we echt een speciale ploeg hadden en normaal wel in eerste konden blijven. We eindigden 3e na kampioen Lierse (how times have changed...) en Club Brugge, maar vóór Anderlecht. L'Europe, nous voilà.

5. 1994 ? In een ver verleden waar ik jammer genoeg niks over terugvind op het world wide web wipten we Standard uit de beker. We waren nog een anonieme tweedeklasser en ontvingen thuis het grote Standard de Liège. Dit is één van mijn allereerste Moeskroen-herinneringen. Olivier Baudry scoorde met een knap afstandsschot de 2-1 waarmee we ons kwalificeerden. Hoe meer jaren erover gaan, hoe mooier dat schot wordt in de collectieve herinnering.

6. 8 april 1998. Terugmatch halve finale beker tegen Club Brugge. We hadden een mooi parcours afgelegd in de beker en lootten in de halve finale Club Brugge. We hadden 1-1 gespeeld in Brugge en geloofden thuis in onze kansen. Het werd 1-0 via Gonzague Vandooren. Maar Khalilou Fadiga, ingevallen aan de rust, maakte misschien wel de 2 mooiste doelpunten ooit door de tegenstand op le Cannonier gescoord. We verloren 1-2 en lagen eruit. Het tekende Moeskroen dat we trots waren dat we zo ver geraakt waren en dat we mee applaus gaven toen Fadiga de supporters ging groeten. Wat een onwaarschijnlijk grote voetballer.

7. 16 januari 2002. We speelden in de kwartfinale van de Beker van België thuis tegen een toen erg sterk Genk. 0-1 achter, 2-1 voor, Via Koen Daerden sleept Genk verlengingen uit de brand. We hadden het gevoel dat we in de verlengingen niks zouden zijn tegen een op papier veel ervarener en uitgekookter Genk. Maar dat was zonder Mbo Mpenza gerekend. Met 2 treffers schakelde hij Genk uit. Marcin Zewlakov maakte er nog 5-2 van. Le Cannonier ontplofte. Dat was de laatste klepper op weg naar de bekerfinale. In de halve finale maakten we brandhout van Sint-Truiden.

8. Seizoen 98-99. Na een iets minder "bevestigend" 2e seizoen, speelden we een weergaloos derde jaar. We eindigden 4e en wonnen op de voorlaatste speeldag met 2-0 thuis van Club Brugge waardoor Genk nog slechts een punt nodig had om kampioen te spelen, als ik me dat goed herinner. Genk was toen nog een erg leuke ploeg. Het Strupar-Oulare jaar. Wij waren toen erg blij dat we Club een hak konden zetten. Genk was dat jaar op Moeskroen 3-5 komen winnen in één van de mooiste matchen die ik ooit gezien heb. Beide supportersgedeelten waren totaal euforisch. Strupar & Oulare waren zo onwaarschijnlijk goed. KV Kortrijk & KV Oostende zakten uit eerste. Enkel Harelbeke (toen nog) en Club Brugge schoten over als West-Vlaamse ploegen. Moeskroen had een erg grote visvijver naar supporters & sponsors toe in Zuid-West-Vlaanderen. De toekomst zag er rooskleurig uit…

9. Seizoen 1995/1996. Ons laatste jaar tweede klasse. Voor de thuismatch tegen La Louvière, een Henegouwse derby, wou het bestuur iets speciaals doen. Een stoomtrein vertrok ergens 's morgens van Moeskroen naar La Louvière halfvol rood-witte supporters. Aan boord alles wat we nodig hadden, zijnde veel drank & sfeer. We pikten een lading groen-witte La Louvière supporters op en de stoomtrein, met een gigantisch stinkende, vuile rookwolk achter zich, zette terug koers naar Moeskroen. La Louvière won 1-2, het kon ons werkelijk geen kloten schelen. We waren al zeker van eindronde denk ik en konden de titel niet meer pakken achter een ongenaakbaar Lokeren. Het was een fantastische belevenis.

10. 09/05/2002 : Bekerfinale Moeskroen - Club Brugge. Onze eerste bekerfinale. Brugge moest die absoluut winnen om hun seizoen te redden, wij waren al lang blij dat we daar waren. Fantastische dag daar. Toen de piepjonge Blondel ons op 1-1 bracht, gingen we even dromen. Maar een toen erg goeie Mendoza bezorgde Brugge de beker met nog twee doelpunten. Toch, we waren fier op ons ploegje.

dinsdag 10 maart 2009

BARCELONA - Een provinciale wereldstad.

Toegegeven, zonder mijn zus op Erasmus in Barcelona was ik er wellicht nu nog niet naartoe gegaan. En toegegeven, mijn voornaamste stimulans was beide malen een wedstrijdje van FC Barcelona op Camp Nou mee te pikken. Maar dan nog, ik ben erg blij deze multiculturele, dynamische en toch erg regionaal getinte stad vanuit verschillende ooghoeken te hebben kunnen bewonderen.

Eerst en vooral is Barcelona natuurlijk de Catalaanse hoofdstad. De trots en eigenheid die de Catalanen tentoonspreiden doen de Waalse-Vlaamse tweestrijd zo tot niks verbleken. Catalonië promoot hevig hun eigen Catalaanse taal en dat merk je overal in het straatbeeld. Beetje vervelend als je denkt met je Spaanse kennis daar alles te kunnen verstaan, maar het heeft zeker ook zijn charmes. Ook de Catalaanse kunstenaars worden erg graag gepromoot naar buiten toe. Gaudí behoeft natuurlijk weinig reclame. Een luchtfoto van Barcelona met Casa Milá, Park Guell en de enorme Sagrada Familia alleen al is genoeg om te illustreren hoe Gaudí hét symbool is voor Barcelonese kunst. Maar verder mag eigenlijk ook de mooie Fundació Joan Miró temidden het Montjuic park op geen enkele trip ontbreken.

Hét toppunt van Catalaanse trots is natuurlijk FC Barcelona. Hun “Barça” symboliseert het ganse afzetten tegen het koninklijke Spanje en die nijd is nergens beter voelbaar als inde vijandigheid jegens Real Madrid. Op een bepaald moment in de match tegen Bilbao steeg plots een gigantisch gejuich op vanuit de tribunes. We keken naar elkaar en hadden eerst geen flauw idee waarom. Bilbao had net een vrije trap versierd op een best gevaarlijke plaats en toch ontstonden vreugdekreten van jewelste. Waarom? Tot we onze blik omhoog hesen en op het scorebord lazen dat Real Madrid op achterstand was gekomen. Ongelofelijk!

Maar FC Barcelona is natuurlijk véél meer dan enkel een trots provincieclubje. FC Barcelona is een wereldtopper met internationale uitstraling. En hetzelfde kan gezegd worden van de stad op zijn geheel met maar liefst vijf miljoen inwoners in de metropool. Miljoenen toeristen van over de hele wereld zien Barcelona als een ideale stop voor een citytrip. Duizenden buitenlandse studenten strijken elk jaar neer in de Catalaanse hoofdstad om er te studeren. Sommige delen van de stad zijn een smeltkroes van culturen met restaurantjes en winkeltjes met de typische specialiteiten van overal ter wereld. De stad heeft een reusachtige zeehaven en twee grote luchthavens waardoor de influx van vracht, zakenlui maar ook toeristen natuurlijk van Barcelona een economisch erg welvarende metropool maakt.

Barcelona kun je eigenlijk een beetje vergelijken met Brugge, maar dan wel op een veel grotere schaal. De provinciehoofdstad – nochtans niet de hoofdstad van het land - geldt volledig terecht als grootste toeristische uithangbord van het land. Maar de provinciale eigenheid en het typische lokale taaltje maken dat je als buitenstaander toch serieus wat moeite moet doen om doorheen de ruwe bolster te geraken en echt binnen te dringen in de lokale culturen, aldus een trotse West-Vlaming. Edoch Barcelona, zeer zeker een aanrader!